De redactie van Keuken&Design krijgt vaak berichten binnen over de meest bijzondere interieurprojecten. Zo kregen we nu afbeeldingen opgestuurd van een voormalige balletschool in Amsterdam. Afzender: HIMACS van LGHausys. Reden: Dit materiaal is gebruikt voor het werkblad van de riante keuken die midden in deze gigantische woning staat. Maar wie maakte deze keuken eigenlijk?

In deze rubriek gaan we niet op zoek naar de ontwerper, maar naar de meubelmaker in kwestie. Deze Amsterdams keuken blijkt te zijn gemaakt door de Rotterdamse meubelmakerij Brandsing Meubelmakers. Een jong bedrijf met elf werknemers, waarvan maar liefst vier leerlingmeubelbouwers. En de rest blijkt ook nog niet zo lang uit de schoolbanken.
“Wij waren zelf derdejaars studenten toen we zes jaar geleden dit bedrijf begonnen”, vertelt mede-eigenaar Dieter Ingels. “Ik kan ons achteraf gezien wel omschrijven als een stelletje jonge honden met een enorme ondernemersdrang. “
We zaten op het HMC en we moesten opdrachten maken voor vrienden of familie. Nu wilde ik altijd al een eigen bedrijf beginnen. Daar was ik op een HBO-opleiding achter gekomen, maar die studie was niets voor mij. Houtbewerking sprak mij meer aan en toen we onze meubels moesten maken voor vrienden en familie, was dat een mooi moment om er gelijk een serieus bedrijf van te maken. Dat pakte goed uit.”
“Qua locatie hebben we ook geluk gehad”, weet Ingels inmiddels. “In het Keilepand in Rotterdam was destijds nog niets. We konden een kelder huren, wat officieel eigenlijk helemaal niet mocht. Maar we mochten gelukkig blijven en nu is het een creatieve broeiplaats.”
Sterk portfolio
Met succes. Zo mocht Brandsing de balletstudio omtoveren naar een ontwerp van het gerenommeerde architectenbureau Standard Studio. Een ongebruikelijke ruimte en een ambitieus project in de Kerkstraat in de grachtengordel van Amsterdam. Het doel was om de authentieke kenmerken van de oorspronkelijke ruimte te behouden, maar er tegelijkertijd een huiselijke, comfortabele woning van te maken. Iets wat dankzij de omvang van de ruimte wel een uitdaging was.
“Het grappige is dat dit project alweer een paar jaar oud is. Het was een van de eerste grote projecten en nu is dit niveau de standaard geworden. Eigenlijk hebben we deze ruimte voor veel te weinig geld verbouwd, maar het bleek een uitstekende investering voor ons portfolio. We krijgen de laatste tijd weer veel aanvragen binnen aan de hand van dit project.
We maken momenteel een behoorlijke groei door. Nu klopt het dat er sowieso altijd wel werk is voor goede meubelbouwers en houtbewerkers, maar om op dit punt te komen heeft ook wel veel pijn gedaan hoor.”
“Je moet echt willen ondernemen, anders kom je er niet.”
Geen vakkenvullers
Hoewel de projecten steeds ambitieuzer worden, blijft het team van Brandsing relatief jong. “Dat komt doordat we talent uit de opleiding trekken. Vaak lopen ze stage en dan blijven ze hangen. In het weekend hebben we daar speciaal een zaterdagploeg voor, zodat ze hun tijd kunnen investeren in hun vakgebied en niet bij de Albert Heijn hoeven te werken.”
Een jong team heeft veel voordelen zegt Dieter Ingels. “De borrels zijn erg gezellig”, grapt hij. Op serieuzere noot voegt hij daaraan toe dat de studenten van het HMC niet altijd bieden wat hij als ondernemer zoekt. En omdat hij ervandaan komt, weet hij ook waar het aan ligt.”
“Dat ligt enerzijds aan het ontbreken van softwarekennis, iets waar nauwelijks aandacht aan wordt besteed op het HMC. Daar ligt de nadruk op vakmanschap op het gebied van houtbewerking. Vaardigheden die je natuurlijk ook nodig hebt.”
“Daarnaast zijn de HMC-leerlingen vaak heel jong, het is meestal hun eerste opleiding. En dat betekent dat ze wat meer sturing nodig hebben. Daar kunnen ze verder niks aan doen, dat hoort ook bij jong zijn. Bovendien zal ik zeker niet zeggen dat daar geen goede werknemers vandaan komen, want die zijn er absoluut. Maar het is een heel andere groep werknemers dan de dertigers die een carrièreswitch willen maken. Die leiden we intern op.
Deze mensen zijn wat ouder en begrijpen inmiddels wel hoe het leven werkt. Ze komen op tijd, houden zich aan afspraken, weten wat verantwoordelijkheid is, dat soort zaken. Ze hebben geen diploma op het gebied van houtbewerking, maar meestal hebben ze wel een goed stel hersens. Bovendien is de bereidheid groot om te willen leren. Voor hen is ons leertraject echt een kans op en andere carrière. Dat maakt ze loyaal en ijverig.”

Mooie projecten
Brandsing Meubelsmakers kan dankzij de gemengde samenstelling van het team en het enthousiasme van de leerlingen projecten als de balletschool aan. Een ander, meer recent ontwerp, waar Ingels trots op is, is de inrichting van het kantoorpand Westbeat in Amsterdam. Hiervoor gingen de meubelmakers een samenwerking aan met Studio Holgersson.
“De essentie van dit ontwerp zijn de rondingen, bijpassend bij het ontwerp van het gebouw. We hebben hiervoor gebruik gemaakt van Querkus Vivace eiken fineer en Desktop Forbo. Alle interieurstukken zijn verrijdbaar en kunnen daardoor naar wens worden neergezet.
Je kunt dus in mum van tijd het hele kantoor ombouwen. Dat soort projecten vind ik persoonlijk erg mooi om te maken. Ik ben bijvoorbeeld ook fan van de scharnier van Frits Jurgens. Die zorgt ervoor dat je een kast kan bouwen die een hele ruimte kan afsluiten.”
Noodzaak van technologie
Ingels ziet op alle vlakken van het ondernemen in de interieurbranche dat technologie noodzakelijk is. Op het gebied van houtbewerking, scharnieren en andere toebehoren of marketing. Dat, en goed opgeleide werknemers natuurlijk. Maar ook daar komt techniek weer om de hoek kijken.”
“Wij vinden dat er in ons vakgebied een HBO of universitaire opleiding mist”, stelt Ingels. “Je moet echt kunnen rekenen en ruimtelijk inzicht hebben. Bovendien leven we in een digitaal tijdperk. Onze machines werken met geavanceerde technologie en software waar een HMC-student gewoon geen weet van heeft. Eigenlijk is dat een vak apart.”
“En het punt is, je moet gewoon met deze software kunnen werken als je het productieproces echt op gang wilt brengen. En pas dan ga je echt geld verdienen en kun je groeien als bedrijf. Ik hoop dat iemand in de branche dit oppakt. ”

