Sinds november is Bart Quispel, CEO van De’Longhi Benelux, voorzitter van APPLiA Nederland, de brancheorganisatie voor fabrikanten en leveranciers van huishoudelijke apparaten. Quispel is de eerste voorzitter afkomstig uit de sector klein huishoudelijk.
“Dat maakt mijn positie binnen APPLiA best bijzonder,” zegt hij. “Maar de vraagstukken waar we voor staan raken de hele keten, van fabrikant tot keukenretailer.”
Quispel is al decennialang betrokken bij de branchevereniging, die voorheen opereerde onder de naam Vlehan. “Toen ik dertig jaar geleden bij De’Longhi in Nederland begon, werd ik vrijwel direct lid. Dat vond ik toen al waardevol. Fabrikanten krijgen voortdurend te maken met nieuwe wetgeving. Soms krijgen we informatie via een internationaal hoofdkantoor of via de Europese Commissie, maar het is niet altijd gelijk duidelijk welke praktische gevolgen er zijn voor de Nederlandse markt.”
Precies daar ligt volgens Quispel de kernrol van APPLiA. “Regels lijken op papier helder, maar in de praktijk zit de complexiteit in de details. De brancheorganisatie helpt leden om Europese regelgeving te duiden en te vertalen naar de Nederlandse situatie. Dat voorkomt interpretatieverschillen en onnodige discussies in de keten.”
Verschillende regels
Het huidige bestuur van APPLiA bestaat uit vijf leden en wordt dit voorjaar uitgebreid naar zes. “De samenwerking is constructief,” aldus Quispel. “We vertegenwoordigen verschillende soorten bedrijven: van internationale concerns tot meer lokaal opererende partijen. Maar we hebben hetzelfde uitdaging. Iedereen krijgt te maken met dezelfde wet- en regelgeving, en die wordt steeds ingewikkelder.”
Quispel benadrukt dat APPLiA geen beslissingen neemt voor individuele bedrijven. “Wat je er als bedrijf uiteindelijk mee doet, is aan het lid zelf. Wij gaan niet bepalen hoe een fabrikant zijn zaken moet regelen. We zorgen vooral voor informatie, duiding en duidelijkheid.”
Eerlijker speelveld
Een belangrijk recent thema op Europees niveau is het creëren van een eerlijker speelveld voor fabrikanten. “Er komen momenteel ontzettend veel producten uit China binnen,” zegt Quispel. “Dat is op zich geen probleem. Concurrentie is goed voor de markt, het houdt iedereen scherp. Maar nu zie je dat er overproductie is ontstaan in China. De VS sluit haar grenzen met hoge importtarieven en die producten moeten ergens heen. Dan krijg je dumping in Europa.”
Volgens Quispel is het de vraag of er nog eerlijke concurrentie is. “In China is er veel staatssteun, terwijl wij in Europa te maken hebben met strenge regels, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid en productveiligheid. Dat maakt produceren hier duurder.”
Hij noemt een concreet voorbeeld: “Milieuonvriendelijk staal mag niet zomaar Europa binnenkomen voor productie. Maar als datzelfde staal al verwerkt is in een product uit China, dan is het ineens geen probleem. Dat wringt.”

Wettelijke garantie
Voor de Nederlandse markt ligt de grootste uitdaging op een ander vlak: garantie. “De Nederlandse wettelijke garantie wijkt af van de rest van Europa,” zegt Quispel. “In vrijwel alle EU-landen geldt een vaste termijn van twee jaar. Alleen Nederland en Finland hanteren voor dit termijn het begrip ‘verwachte levensduur’. Dat klinkt consumentvriendelijk, maar zorgt in de praktijk voor veel onduidelijkheid. Het is echt een hoofdpijndossier.”
Volgens Quispel leidt dit tot spanningen in winkels, serviceafdelingen en bij fabrikanten. “Wat is de verwachte levensduur van een oven, een koelkast of een vaatwasser? Dat is nergens vastgelegd en hangt in sterke mate af van het gebruik, het onderhoud en de kwaliteit. Consumenten denken vaak dat ze veel meer rechten hebben dan in werkelijkheid het geval is. Het resultaat is discussie. “
“Die kan de consument aangaan met de retailer, maar ook met de fabrikant. Je wilt de consument het liefst direct duidelijkheid geven over de garantietermijn, maar dat is door onduidelijke wetgeving niet zo eenvoudig.”
Nog een regel waar weinig consumenten mee bekend zijn: Na twaalf maanden draait de bewijslast om, vertelt Quispel. “Dan moet de consument aantonen dat het gebrek in het product al bij levering aanwezig was. Dat zijn helemaal lastige gesprekken, waar niemand beter van wordt.”
Veel fabrikanten bieden daarom aanvullende commerciële garanties. “Drie of vijf jaar fabrieksgarantie geeft duidelijkheid,” zegt Quispel. “Voorwaarde is wel dat het product normaal wordt gebruikt en onderhouden. Voor consumenten en retailers is dit vaak overzichtelijker dan de wettelijke garantie.”
Toch pleit APPLiA voor verdere harmonisatie. “Eén Europese markt vraagt om eenduidige regels voor garantie. Niet alleen voor onze branche, maar ook voor andere sectoren zoals fietsen, auto’s en tuingereedschap. Dat zou de transparantie vergroten en het vertrouwen in de keten versterken.”

Right to repair
Ook verduurzaming en repareerbaarheid staan hoog op de agenda. Vanaf 31 juli 2026 treedt de Europese ‘right to repair’-wetgeving gefaseerd in werking. Deze geldt in eerste instantie voor zogenoemde ecodesign-productgroepen, waaronder vaatwassers, koelkasten, vriezers, stofzuigers, wasdrogers en wasmachines.
Consumenten krijgen na afloop van de wettelijke garantie het recht om een reparatie aan te vragen bij de fabrikant. “Maar juist in Nederland, waar geen vaste garantietermijn bestaat, leidt dat tot nieuwe vragen,” aldus Quispel.
Hij schetst een voorbeeld: “Stel je hebt een koelkast van twaalf jaar oud en die gaat kapot. De wettelijke garantie is niet meer van toespassing en het product is dus voorbij de verwachte levensduur. Heeft het dan nog zin om die te repareren?”
“Inmiddels zijn er veel zuinigere en betere modellen te koop. De reparatiekosten wegen vaak niet op tegen de extra levensduur die je ermee creëert en het energieverbruik.”
Volgens de voorzitter is duidelijk dat de regeldruk de komende jaren niet zal afnemen. “Wetgeving wordt steeds complexer. Dat vraagt om samenwerking in de keten: retailers, fabrikanten en brancheorganisaties. Veranderen kunnen we de regels niet zomaar, maar we kunnen wel zorgen voor betere uitleg en realistische toepassing.”
Voor Quispel is het duidelijk: zijn voorzitterschap begint meteen met een volle agenda. “Ik ben net begonnen, maar we hebben dit jaar genoeg te doen,” zegt hij met een glimlach. “Dat maakt het voor mij als nieuwbakken voorzitter juist leuk.”
Hij ziet de toekomst positief tegemoet. “Het is een mooie markt, met veel uitdagingen maar ook veel kansen. Ik hoop dat we samen tot goede oplossingen kunnen komen. Daar heb ik enorm veel zin in.”
Over Bart Quispel
Bart Quispel is Managing Director van De’Longhi Benelux en al ruim 25 jaar actief binnen het bedrijf. Hij is verantwoordelijk voor de strategische koers, merkpositionering en groei van De’Longhi in Nederland en België. Eerder werkte hij bij onder meer Krups/Moulinex. Sinds eind 2025 is Quispel voorzitter van APPLiA Nederland, de branchevereniging voor fabrikanten en leveranciers van elektrische huishoudelijke apparaten.