Nederland kent al een aantal keukenmerken die de weg vrij banen naar een circulaire samenleving. Stuk voor stuk pioniers in een branche die doorgaans niet zo milieuvriendelijk is. Wij vroegen hen hoe het met de circulaire keuken gaat.
Nederlanders mogen graag verbouwen. Het aantal keukenkastjes dat we jaarlijks vervangen wordt geschat op 1,5 miljoen. De oude exemplaren verdwijnen meestal in de verbrandingsoven, ook als ze nog lang niet versleten zijn. Dat moet veranderen, vinden leveranciers als Bribis, Bruynzeel Keukens, Keller Keukens en Chainable. Zij ontwikkelen, net als NoWa Kitchen en Still circulaire keukens. Zij leveren meestal aan de projectmarkt, een enkeling waagt zich ook op de particuliere markt.
Gerecycled staal

Chainable is daar een van. De startup is nu drie jaar oud en richt zich op de Nederlandse woningcorporaties en projectontwikkelaars. “Naast een circulair keukenmeubel staan we garant voor een circulaire keten en circulair businessmodel”, legt mede-eigenaar Cees van Nispen uit. “Zo koop je bij ons niet de keuken maar hebben we een terugkoopmodel en lease mogelijkheden. Dit zorgt ervoor dat de keukentoegankelijk is voor iedereen en wij controle hebben op de keten.

De keukenfabrikant uit het Noord-Brabantse Gilze verkoopt inmiddels zo’n 600 keukens per jaar, waarbij de gemiddelde keukenprijs 3000 euro bedraagt. Met een totale omzet van 2,5 miljoen euro in 2022 is Van Nispen niet ontevreden. “Maar we zijn nog heel klein. Nederlandse projectontwikkelaars en woningcorporaties vervangen jaarlijks 200.000 keukens. We willen hen graag overtuigen een duurzame, circulaire keuze te maken, zodat ze bijdragen aan een circulaire economie.”
De Chainable keuken is in de afgelopen drie jaar verder ontwikkeld in samenwerking met enkele ketenpartners. Het concept bestaat uit een modulair, stalen basisframe waarin onderdelen bevestigd worden. Dit systeem voorkomt dubbele wandpanelen en dat scheelt tot 47 procent aan plaatmateriaal, aldus de producent.
“Verder kun je makkelijk bij een defect. Je vervangt een deurtje of plank in plaats van een volledige kast. Het geheel is een meubel. Als er bovenkastjes zijn, plaats je hem inclusief een wand van gehard glazen modules tegen de muur. Dit is een heel handig systeem voor renovaties, want de handelingen voor betegelen en stuken komen te vervallen”, concludeert Van Nispen.
Voor Chainable is het vinden van goede ketenpartners heel belangrijk. Zij moeten de materialen terugnemen of herstellen. Elke keuken krijgt een materialenpaspoort. De focus ligt op duurzame materialen die zo lang mogelijk mee kunnen gaan. Zo is het werkblad van natuursteen van leverancier Arte een B Corporation, en maakt Chainable nu gebruik van Green Steel van Arcelor Mittal wat gemaakt wordt van gerecycled staal.
“Daarnaast zijn onze partners de commitment aangegaan om eerst te herstellen en dan pas te vervangen én uitgebreide garanties te geven. Hierdoor staan we ook in de Nationale milieudatabank en kun je subsidies aanvragen voor je project.”

Grote aanbieders

De projectmarkt wordt ondertussen grotendeels gedomineerd door merken als Keller, Bruynzeel en Bribus. Beide geven aan hard te werken aan hun versie van de circulaire keuken. Zo heeft Bribus zojuist het derde prototype klaar, ontwikkeld in samenwerking met TU Delft.
“Deze komt al een heel eind in de richting van de ultieme circulaire keuken”, vertelt directeur Wim Diersen. “Het is waarschijnlijk dat we dit model in productie gaan nemen, maar we weten nog niet wanneer en je moet bovendien denken aan kleine series. We nemen kleine stapjes, zodat we onderweg kunnen zien of we het concept verder moeten verfijnen. Vervolgens kunnen we in de toekomst opschalen.”
Het Bribus-concept maakt gebruik van een modulair plug-and-play-principe, waarbij een basisframe aan de muur wordt bevestigd. Vervolgens kunnen verschillende modules, zoals kasten, schappen en achterwanden, op drie verschillende werkhoogtes aan dit frame worden vastgeklikt.
“Het vernieuwende aan het derde prototype is dat we voor de plaatsing geen lijm of metalen onderdelen, zoals schroeven, nodig hebben. De metaalindustrie is ontzettend vervuilend. Zonder deze onderdelen is de keuken makkelijk te demonteren en daardoor beter te recyclen.”
“Op het gebied van materialen zijn de ontwikkelingen niet zo groot geweest in de afgelopen jaren. Er zit wel veel beweging in die markt, maar er zijn nog weinig fabrikanten die op grote schaal kunnen leveren en prijstechnisch interessant zijn. Daar zit de uitdaging voor de materialenfabrikanten.
Ik wil daarbij benadrukken dat er zeker interessante productontwikkelingen zijn geweest. In 2018 riep ik bijvoorbeeld nog dat we spaanplaat uit de keukenbranche moesten bannen, maar nu bestaan deze platen vooral uit gerecycled hout en past het dus perfect in de circulaire economie.”
Op de vraag of er meer behoefte is aan circulaire keukens vanuit de projectmarkt antwoord Diersen stellig ‘ja’. “De vraag naar deze keukens gaat snel toenemen. Ten eerste wil een ondernemer rendement maken op zijn pand en dus moet het interieur zo lang mogelijk meegaan. Het is heel handig dat je dan één onderdeel kunt vervangen, in plaats van een complete keuken. Ons systeem biedt hier dus een perfecte oplossing.
Daarnaast willen pensioenfondsen en dergelijke steeds vaker weten of zij het geld wel investeren in milieuvriendelijke projecten. Je kunt onze keuken in de nabije toekomst terugvinden in een milieudatabase en dan kun je in één oogopslag zien hoe deze scoort op de duurzaamheidsladder ten opzichte van concurrenten. Tot slot stimuleert ook de overheid een circulaire economie. Daar ligt gewoon onze toekomst als meubelbranche en met onze circulaire keuken komen we goed beslagen ten ijs.”
CirKel
DKG, de fabrikant achter de Nederlandse merken Keller Keukens en Bruynzeel Keukens, staat op het punt een grootschalige campagne voor een circulaire keuken uit te rollen. De CirKel zal om te beginnen aangeboden worden in drie kleuren: Pool Wit, Mineraal Grijs en Lava Zwart. Het bedrijf richt zich op de projectmarkt.
De kern van de keuken wordt volledig gemaakt van herwonnen hout, afkomstig uit reststromen van de houtindustrie en dunningshout uit duurzaam bosbeheer en wegbermonderhoud. Voor het verlijmen van de houtvezels wordt geen lijm gebruikt op basis van fossiele grondstoffen. De lijm is plantaardig en wordt gemaakt uit resten van de agro-industrie.
De toplaag van de platen is gemaakt van biobased HPL. Dit betekent dat het vrij is van formaldehyde en fenolen, zoals hydroxybenzeen/carbolzuur. Dat maakt het HPL milieuvriendelijk en beter voor de gezondheid.
De complete keukenkast, inclusief het front en de plint is uitgevoerd in dit Biobased materiaal. Zelfs de kantenband bestaat voor 50 procent uit postindustriële grondstoffen, vertelt DKG. De grepen bestaan uit oceaanafval of gerecycled kunststof uit Nederland.
Op de vraag of het belangrijk is dat de keukenbranche circulair wordt, antwoord de DKG Groep stelling met ‘ja’. Renewi is een van de grootste bouwafvalrecyclers in Nederland en verwerkt meer dan 700 miljoen kilo bouwafval per jaar. Dit bestaat voor een deel uit afgedankte keukens, producten die snel vervangen worden en een relatief korte levensduur hebben. “Het is een bouwcomponent met een hoge klimaatimpact en materiaalstroom”, aldus DKG en daar wil de fabrikant graag wat aan doen.
NoWa

Een naar verhouding kleinere speler in de markt is TheNewmakers. Dit bedrijf uit Ridderkerk maakt honderd procent circulaire woningen, grotendeels gemaakt van hernieuwbare grondstoffen en reststromen. Daar hoort een circulair interieur bij, moet het concern gedacht hebben. Het bedrijf heeft daarop de No Waste Kitchen (NoWa Kitchen) ontwikkeld.
De basis van dit concept is de keuken van NeverEnding Kitchen, een firma die is opgegaan in dit bedrijf. Er worden zoveel mogelijk biobased materialen gebruikt, de installatie van de keuken is zo goed als Plug&Play en alle onderdelen zijn eenvoudig demonteerbaar.
“Recentelijk hebben we ook een remontabele spoelbak en maken we de keuken van Plantics, dat is een honderd procent biobased plaatmateriaal”, vertelt Davine Blauwhoff van TheNewmakers.
Het concern benadrukt dat een circulaire keukenbranche noodzakelijk is. Volgens het CBS groeit het aantal Nederlandse huishoudens met 24.000 per jaar. Er worden bovendien flink wat woningen verbouwd en maandelijks verhuizen zo’n 142.000 mensen. Kortom, Nederland is in beweging en daar horen veel verbouwingen bij.
Om in te spelen op het tekort aan vakmensen, is de NoWa keuken Plug&Play verbindingen. Zo kunnen mensen met afstand tot de arbeidsmarkt worden ingezet om een keuken bij een klant te monteren.
Door de opbouw van de keuken is slopen, stuken en tegen niet meer nodig, belooft de fabrikant. Blauwhoff: “Het plaatsen van een NoWa Keuken krijgt hierdoor een extreme korte doorlooptijd van één dag.”
Tot slot krijgt ieder product een digitaal paspoort met daarin alle materialen. Zo weet de bewoner, de onderhoudspartij en de corporatie precies wat is geleverd en kunnen ze gericht onderdelen leveren.
Ondertussen is TheNewmakers nauw betrokken bij de ontwikkeling van 100 procent plantbased meubelpanelen. Dat betekent dat ze vrij zijn van op olie gebaseerde lijmen en formaldehyde, wat minstens net zo belangrijk is als circulariteit, aldus het concern.

Opmars van bio-based
STILL, een dochtermerk van Eginstill uit Amsterdam, onderzoekt sinds kort ook het gebruik van bio-based materialen voor de binnenwerken. Deze fabrikant startte anderhalf jaar geleden met de levering van circulaire keukens, een product dat volop in ontwikkeling is, vertelt Roxanne de Groot, designer en product specialist van STILL.
“We merken dat de toevoeging van bio-based materialen interessant zijn voor projectontwikkelaars, omdat ze dan subsidie kunnen krijgen”, legt zij uit. “Daar zijn we achter gekomen tijdens een samenwerking met een vakantiepark.”
STILL heeft in anderhalf jaar tijd al een flink aantal projecten afgerond en het bedrijf merkt dat er volop vraag is naar duurzame producten. “Over circulariteit is echter weinig bekend, daarom moeten we ons verhaal blijven doen. Educatie is op dit vlak erg belangrijk. Als we hebben uitgelegd wat de voordelen zijn van een circulair product, dan is men over het algemeen geïnteresseerd. Maar het wordt vaak zijn gezien als een mooie bijkomstigheid, terwijl het voor ons echt een streven is.”
Bijpassende apparaten
STILL laat in een milieurapport weten waarom. Als een keuken twee keer wordt gerenoveerd, is de CO2-uitstoot 900 kg lager in vergelijking met drie conventionele keukens. Dit staat gelijk aan de uitstoot van een enkele 7,5 uur durende vlucht van Amsterdam naar New York, en komt overeen met de uitstoot van grijs stroomgebruik voor een gemiddeld Nederlands huishouden.
Nog een feitje uit het rapport: Jaarlijks wordt 143 miljoen kilogram afval geproduceerd door afgedankte keukens. Dat moet anders, aldus de medewerkers van STILL. Daarom willen ze de keukens graag terugnemen voor hergebruik of repareren.
“De keukens worden nu vooral gemaakt van berkenmultiplex, een materiaal dat je goed kunt recyclen. Ook kun je er schroefjes uithalen, zonder dat het materiaal splijt. Daarnaast zijn we bezig met apparaten fabrikanten om te kijken of we de keukenapparatuur ook duurzamer kunnen maken.
Zo werken we samen met BSH Groep om te kijken of apparaten gerepareerd kunnen worden in plaats van dat ze gelijk vervangen moet worden. Deze leverancier staat open voor een langere garantieperiode. Het is heel fijn om te merken dat als je zelf met dit onderwerp bezig bent, je anderen kunt motiveren om ook over oplossingen na te denken. Uiteindelijk kan niet één bedrijf de kar trekken. We zullen samen tot een oplossingen voor de milieuproblematiek moeten komen.”
