woensdag, september 16

DKG, moederbedrijf van Bruynzeel Keukens en Keller Keukens, zet opnieuw flinke stappen in duurzaamheid. Als grootste keukenfabrikant van Nederland lijkt de focus steeds groener te worden. We spreken CFO Simone Beks en duurzaamheidscoördinator Lisa van Hoof over deze koers en de keuzes erachter.

Simone Beks

Uit het onlangs verschenen duurzaamheidsrapport van DKG blijkt dat het bedrijf in 2025 de CO2-uitstoot heeft geruceerd met 27,5 procent in vergelijking met 2023. De ambitie ligt nog hoger. In 2030 wil de fabrikant de uitstoot verder terugbrengen tot 35 procent. 

“Die doelstelling is niet vrijblijvend,” zegt CFO Simone Beks. “We hebben die inmiddels ook als KPI in onze herfinanciering opgenomen. Dat maakt duurzaamheid echt onderdeel van de financiële sturing.”  

DKG introduceerde vorig jaar twee nieuwe biobased keukenlijnen: Circo Atlas van Bruynzeel en enduura elba van Keller. Beide vielen in de prijzen van een Red Dot Award voor Best of the Best-erkenning vanwege het milieuvriendelijke karakter en innovatieve design van de modellen.  

Volgens het bedrijf hebben deze keukens een circa 30 procent lagere CO2-voetafdruk, goed voor ongeveer 45 kilogram minder uitstoot per keuken. Voor deze berekening wordt uitgegaan van een 180 centimeter breed keukenblok met drie bovenkasten, twee onderkasten en een gootsteenkast. Bij grotere keukens is de absolute CO2-besparing groter. 

Ook circulariteit krijgt steeds meer vorm. In 2025 werd bij 17 procent van de zakelijke orders de oude keuken teruggehaald en verwerkt tot grondstof voor nieuw spaanplaat. Daarnaast heeft 43,5 procent van de belangrijkste leveranciers zich gecommitteerd aan MVO-afspraken. 

Verantwoordelijkheid 

Sinds 2024 is Simone Beks CFO van DKG. Daarvoor bekleedde zij verschillende financiële functies binnen de voedingsmiddelenindustrie, onder meer bij Campina, waar zij zich intensief bezighield met productieprocessen en operationele efficiëntie. Bij DKG is haar verantwoordelijkheid breder dan alleen financiën. Naast finance stuurt zij ook de afdelingen duurzaamheid, facility, inkoop en legal aan. 

Voor de invulling van de duurzaamheidsstrategie werkt Beks nauw samen met duurzaamheidscoördinator Lisa van Hoof. Zij omschrijft zichzelf als woonecoloog, gespecialiseerd in CO2-uitstoot, biodiversiteit en ruimtelijke ontwikkeling. Samen met collega Jurgen Goos, marinebioloog en expert op het gebied van water en materialen, geeft zij vorm aan de duurzaamheidsambities van de keukenfabrikant. Tijdens het gesprek wordt al snel duidelijk dat duurzaamheid binnen het bedrijf veel verder gaat dan alleen het terugdringen van de CO2-uitstoot. 

Waarom investeert DKG daar zo nadrukkelijk in? Volgens Beks begint dat bij de maatschappelijke verantwoordelijkheid die een fabrikant nu eenmaal heeft. “Zeker als familiebedrijf kijk je verder dan de korte termijn. Je wilt een bedrijf bouwen dat ook voor volgende generaties waarde toevoegt en een wereld achterlaat die leefbaar blijft.” 

Tegelijkertijd benadrukt ze dat duurzaamheid niet alleen een ideële keuze is.

Het gaat ook om waardecreatie. Door grondstoffen slimmer te gebruiken en materialen opnieuw in te zetten, werk je uiteindelijk veel efficiënter. Dat vraagt soms eerst een investering, maar op de lange termijn is het financieel interessant.” 

Volgens Beks wordt die visie inmiddels breed gedragen binnen de organisatie. “Onze commerciële afdeling ziet dat gelukkig ook”, vervolgt ze.

“Daarbij helpt het dat biobased materialen de afgelopen jaren een enorme ontwikkeling hebben doorgemaakt. Waar ze vroeger simpelweg te duur waren, zijn ze nu commercieel interessant geworden. Dat is belangrijk, want ongeveer 65 procent van onze omzet komt uit de zakelijke markt en die is zeer competitief.” 

Juist in de projectbouw ziet DKG de vraag naar duurzame oplossingen snel groeien. “Hoewel keukens nog altijd niet meetellen in de duurzaamheidsscores van woningbouwprojecten, merken we dat aannemers er steeds vaker naar vragen. De belangstelling voor onze Circo Atlas-lijn overtreft zelfs onze verwachtingen. En die ontwikkeling zien we niet alleen in Nederland, maar ook in andere landen waar we actief zijn.” 

Consumentenmarkt in zicht 

De biobased keukenlijnen zijn momenteel nog vooral in trek bij projecten. Dat heeft vooral te maken met de beperkte kleuren en designs. Toch ziet Beks dat veranderen. “Op relatief korte termijn willen we ons volledige assortiment produceren met duurzame materialen.”  

Volgens de CFO hoeft dat technisch geen ingewikkelde operatie te zijn. “Zodra een leverancier biobased spaanplaat op grote schaal kan produceren, kunnen wij daar als fabrikant snel op overstappen. Omdat wij grote volumes inkopen, kunnen we die materialen vervolgens ook betaalbaar aanbieden in verschillende prijssegmenten.” 

Grootste verbetering 

Waar consumenten vooral letten op kleuren, grepen en fronten, zit de grootste innovatie volgens duurzaamheidscoördinator Lisa van Hoof juist uit het zicht. 

“Aan de buitenkant van de keuken verandert eigenlijk heel weinig,” vertelt ze. “De melaminetoplaag blijft bestaan en is verkrijgbaar in vrijwel dezelfde kleuren en designs als voorheen. Het verschil zit vooral aan de binnenkant.” 

Traditioneel bestaat een kast uit houtvezels die met een chemische lijm worden samengeperst. Juist daar zocht DKG naar alternatieven.

“De collega die het onderzoek jaren geleden is gestart, is zelf actief op zoek gegaan naar nieuwe bindmiddelen, omdat grote producenten die nog niet aanboden. We vonden eerst een MDF-plaat op basis van koolzaad en zonnebloempitten. Technisch werkte dat goed, maar het was simpelweg te duur.” 

Uiteindelijk kwam DKG uit bij een andere oplossing. “We werken nu met spaanplaat waarin tannines uit boomschors worden gebruikt. Veel mensen kennen tannines van rode wijn, maar ze zitten ook van nature in boomschors. Dat is een reststroom uit andere processen. Nadat de tannines zijn gewonnen, kan het overgebleven materiaal zelfs weer worden gebruikt als bodembedekker. Zo benut je de volledige grondstof.” 

Samen innoveren 

Volgens Van Hoof stopt duurzaamheid niet bij de fabriekspoort. “We kijken tegenwoordig altijd naar de volledige levenscyclus van materialen. Waar komen ze vandaan? Wat gebeurt er tijdens de productie? En wat gebeurt er nadat een keuken uiteindelijk wordt vervangen?” 

Dat vraagt volgens haar ook om een andere manier van samenwerken.

“We komen regelmatig uit bij kleinere innovatieve bedrijven. Samen onderzoeken we vervolgens hoe een materiaal opgeschaald kan worden, zodat het geschikt wordt voor industriële productie.” 

Juist de omvang van DKG maakt dat mogelijk. Jaarlijks produceert het bedrijf ongeveer 800.000 kasten. Daardoor kunnen innovaties relatief snel een groot effect hebben. 

Duurzame partners 

Voor de duurzamere keukenlijnen Circo Atlas en enduura elba werkt DKG ook nauw samen met externe leveranciers, waaronder Dekker Zevenhuizen. Deze levert werkbladen met onder meer Greengridz als lichte, houtgebaseerde drager en circulaire composietmaterialen zoals Cosmolite en Obsidiana. Door die samenwerking wordt de milieubelasting van de complete keuken niet alleen in de eigen fabriek verlaagd, maar ook in de toeleveringsketen. 

Een andere interessante samenwerking is met keukenapparatenmerk ATAG. Die vervangt oude, kapotte apparaten voor refurbished modellen. 

Volgens Lisa van Hoof zijn dit soort betrouwbare partners essentieel om claims hard te kunnen maken. “We stellen hoge eisen aan onze partners, juist omdat we alles wat we zeggen ook moeten kunnen bewijzen. Greenwashing is een reëel risico in de sector, dus onderbouwen is cruciaal.”  

DKG voert daarom ketenanalyses uit om de impact van standaard- en biobased keukens te vergelijken. Bij 500 vervangen keukens kan dat volgens het bedrijf al snel 90 ton CO2-uitstoot schelen. 

De doelstellingen die DKG zichzelf heeft opgelegd zijn ambitieus. Het bedrijf wil in 2030 een CO2-reductie van 35 procent realiseren. Daarnaast moet in datzelfde jaar de helft van alle keukens via een circulair proces daadwerkelijk worden teruggenomen en gerecycled. Voor de lange termijn gaat DKG nog verder: in 2050 moeten alle keukens volledig circulair worden verwerkt en hergebruikt. 

Verdere productontwikkeling 

Tijdens het interview wordt snel duidelijk hoe grondig DKG over het onderwerp duurzaamheid heeft nagedacht. Naast materiaalkeuzes werkt de fabrikant namelijk ook aan verdere optimalisaties in het ontwerp van keukencomponenten. Zelfs de kleinste onderdelen krijgen daarbij aandacht. Zo worden handgrepen getest in varianten van gerecyclede visnetten en worden bestekladen volledig ontworpen met gerecyclede materialen. 

Bij scharnieren is een kunststof afdekdopje verwijderd, wat leidt tot minder materiaalgebruik en eenvoudiger recycling. “Zo kom je soms uit bij verrassende verbeterpunten”, vertelt Van Hoof. “Zoals logoplaatjes van eierschalen in plaats van plastic.”  

Het kleinste detail blijkt al verschil te maken, aldus Van Hoof en Beks. “Als je 800.000 kasten per jaar maakt, telt elke gram CO2-reductie per kast ineens hard mee,” zeggen ze. “Daarom blijven we zoeken naar betere materialen en slimmere processen. Dat is inmiddels gewoon een vast onderdeel van hoe we als fabrikant werken.” 

Comments are closed.