Op de Küchenmeile hoorden we Nederlanders veel spreken over een ‘vlakke verkoop’ of zelfs een lichte daling. Maar de Duitse export geeft een heel ander beeld. In de eerste helft van het jaar steeg de export van Duitse keukens naar Nederland met 5 procent. Ook België deed het goed, met een groei van 6,9 procent.
Daarmee behoren beide buurlanden tot de Europese markten waar Duitse keukenproducenten dit jaar vrij goed verkopen. De cijfers komen van de Vereniging van de Duitse Keukenmeubelindustrie (VdDK), die afgelopen week in Löhne een presentatie hield. De vereniging schetst voorzichtig een positief beeld. Na drie jaren van omzetdaling lijkt de Duitse keukenmeubelindustrie langzaam weer wat lucht te krijgen. Van een uitbundige comeback is echter nog geen sprake. De VdDK spreekt vooral van een stabiliserende orderpositie en een geleidelijk aantrekkende vraag.
Nederlandse markt in de plus
Nederland is een van de beter presterende Europese afzetmarkten voor de Duitse keukenindustrie. De export naar Zwitserland nam met 12,4 procent zelfs nog sterker toe, terwijl Spanje een bescheiden plus van 1 procent liet zien.
Daar staat tegenover dat de twee grootste Europese exportmarkten voor Duitsland minder reden tot feestvieren geven. De export naar Frankrijk, de belangrijkste buitenlandse markt voor Duitse keukenmeubelen, daalde in de eerste helft van 2026 met 1,9 procent tot €294,5 miljoen. Naar het Verenigd Koninkrijk ging 4,6 procent minder.

Omzet groeit voorzichtig
Ook werd de omzet bekend gemaakt die de 43 Duitse keukenfabrikanten in de eerste zeven maanden van dit jaar hebben geboekt. Dit is 3,4 miljard euro en dat is 2 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar.
De export groeide daarbij iets harder dan de Duitse thuismarkt: met 2,8 procent tot circa €1,6 miljard. Binnen Duitsland kwam de omzet uit op ongeveer €1,8 miljard, een stijging van 1,4 procent. Het exportaandeel liep daarmee op van 46,2 naar 46,7 procent. Bijna de helft van de omzet van de Duitse keukenmeubelindustrie komt dus inmiddels uit het buitenland.
Orders lopen voor op vorig jaar
Interessanter voor de komende maanden is misschien wel wat er in de orderboeken gebeurt. Tussen januari en augustus lag de waarde van de binnenkomende orders 1,9 procent hoger dan een jaar eerder. In aantallen stuks bedroeg de groei 0,7 procent.
Dat verschil is niet onlogisch: een hogere orderwaarde kan immers ook samenhangen met hogere prijzen. Maar het feit dat zowel de waarde als het aantal orders stijgt, geeft de branche in ieder geval enige reden tot voorzichtig optimisme.
Buiten Europa grote verschillen
Buiten Europa lopen de ontwikkelingen nog sterker uiteen. Zuid-Korea springt eruit met een exportgroei van 20,8 procent. Het land klom daardoor van de twaalfde naar de negende plaats op de ranglijst van belangrijkste exportmarkten voor Duitse keukenmeubelen.
China laat juist een tegenovergesteld beeld zien. Daar daalde de export met 20,6 procent. Volgens VdDK-directeur Kurth hebben Duitse fabrikanten er onder meer te maken met een zwakke binnenlandse en bouwconjunctuur en met concurrentienadelen ten opzichte van Chinese producenten.
In de Verenigde Staten liep de export zelfs met 37,5 procent terug. De Duitse branche wijst daarbij onder meer op de onzekerheid rond de Amerikaanse importheffingen en de daardoor verslechterde concurrentiepositie van Duitse leveranciers.
Duitse woningbouw blijft spelbreker
De keukenmarkt blijft ondertussen afhankelijk van een factor waar fabrikanten weinig invloed op hebben: de woningbouw. En juist daar is Duitsland nog niet uit de problemen. Volgens een prognose van EUROCONSTRUCT, waarvan het ifo Institut deel uitmaakt, daalt het aantal opgeleverde woningen in Duitsland dit jaar naar 185.000. Voor 2027 wordt een bescheiden stijging naar 195.000 woningen verwacht. Pas in 2028 zou het aantal met circa 210.000 weer boven het niveau van 2025 uitkomen.
Daarnaast hebben fabrikanten te maken met hogere kosten voor onder meer transport en verschillende grondstoffen en halffabricaten. Ook regelgeving legt steeds meer beslag op tijd en capaciteit. De VdDK noemt onder meer de Europese Ecodesign-verordening met het digitale productpaspoort, de verpakkingsregels en de EmpCo-richtlijn tegen greenwashing.
En dan is er nog het bekende probleem dat ook in Nederland niet onbekend is: personeel. Duitse keukenmeubelfabrikanten zoeken volop naar vakmensen. De sector probeert zich daarbij niet alleen met vacatures, maar ook met betere voorzieningen aantrekkelijker te maken. In Löhne werd onlangs bijvoorbeeld een boardinghouse geopend met dertig gemeubileerde kamers voor stagiairs en vakmensen die tijdelijk in de regio werken of worden opgeleid.
Voorzichtig omhoog kijken
Voor heel 2026 verwacht de VdDK uiteindelijk een omzetgroei van een laag enkelcijferig percentage. Daarmee zou de Duitse keukenmeubelindustrie voor het eerst na drie jaren van dalende omzet weer boven het niveau van het voorgaande jaar uitkomen.
De Nederlandse en Belgische cijfers helpen dat beeld in ieder geval te ondersteunen. De markt trekt niet overal tegelijk aan en ook de Duitse woningbouw en consumentenbestedingen blijven zwakke plekken. Maar met meer orders, een lichte omzetgroei en groeiende export naar belangrijke Europese markten lijkt de Duitse keukenindustrie voorzichtig weer wat wind in de zeilen te krijgen.