Claus Johnsen, Category Management Director van Kvik, besteedt momenteel veel tijd aan het zoeken naar milieuvriendelijke materialen. Daarnaast heeft de oud-meubelmaker nog altijd een passie voor houtwerking. Dat kwam van pas bij de ontwikkeling van de Oakwood.

“We zagen ruim twee jaar geleden dat vakmanschap op het gebied van houtbewerking meer waardering kreeg door consumenten.”
Er ontstond een trend waarbij de verbindingen zichtbaar mogen zijn. De keuken die op de markt kwamen, vielen echter allemaal in het hogere prijssegment.
“Een ambachtelijk gemaakte keuken kost immers wat. Wij kwamen vervolgens op het idee om een betaalbaarder model op de markt te brengen, die in een aantal opzichten technisch beter is dan die van de concurrentie.”
In welk opzicht viel er iets verbeteren?
“Bij bestaande, greeploze keukenmodellen zagen we een ruimte tussen de laden, waardoor je je vingers ertussen kunt doen om de lade te openen. Die ruimte zorgt er echter ook voor dat kruimels en stof in je laden kunnen komen. Dat is heel vervelend.
Dit probleem hebben we opgelost door de laden anders vorm te geven. De zijwanden springen in, de fronten zijn vervolgens dikker gemaakt en hebben een inkeping gekregen. Dit klinkt eenvoudig, maar het was technisch uitdagend, temeer omdat het hout in deze constructie tweemaal geperst moet worden met een perskracht van 800 ton. Het kostte twee jaar om deze keuken te ontwikkelen.”
Je hebt de keuken ook in je eigen woning laten plaatsen. Wat maakt dit model tot jouw favoriet?
“Voor onze eigen woning hebben we gekozen voor een klei-kleurige kastenwand met onder meer koelapparatuur en een stuk aanrecht waar gekookt wordt. De fronten zijn gemaakt van een zeer milieuvriendelijk multiplex en een folie van gerecyclede PET-flessen. De Oakwood hebben we gebruikt voor het keukeneiland en ook de achterwand bestaat uit houtfineer.”
Is hout niet te kwetsbaar voor achter een kookplaat?
“Oja, absoluut. Ik gebruik een aparte plank als spatwand tijdens het koken. Maar voor mij persoonlijk is esthetiek nu eenmaal belangrijker dan functionaliteit. Mocht de spatwand ooit beschadigen, dan kunnen we hem vervangen.”
Wat maakt jou zo enthousiast over de Oakwood?
“Vooral de technische uitdaging vond ik interessant. En als oud-meubelmaker kan ik mij gelijk indenken hoe iets gemaakt moet worden en hoe dat eraan toe gaat op de werkvloer.”
“Ik vind de productontwikkeling van een houten keuken reuze-interessant. Zo voer ik vaak goede gesprekken met onze houtleverancier uit Zuid-Duitsland. Bij dat bedrijf werken echte hout-nerds. Zij weten alles van dit materiaal. En ze zijn zo met hun passie bezig, dat ze bijna vergeten om hout aan je te verkopen.”
Wat voor invloed heeft de keuze van het hout op het geheel van de keuken?
“Heel veel, want Kvik verkoopt in heel Europa, en de luchtvochtigheid verschilt enorm per land. In het Noorden van Noorwegen is het gemiddeld 20 procent, in Spanje kan het zomaar 60 procent zijn. Hout werkt, zeker bij een hoge luchtvochtigheid en daardoor kunnen er makkelijk scheuren inkomen. Daarom moeten we het materiaal altijd drogen tot 7 procent vocht of minder.
Voor Kvik geldt dat we consistent vakmanschap willen leveren, daarom moeten gebruik maken van goed materiaal. Tegelijkertijd zijn we ook een massaproducent die op Europees niveau voor betaalbare prijzen wil leveren. Het is dus altijd een zoektocht naar de juiste balans en de beste leveranciers.”
Nu is Kvik momenteel erg bezig met verduurzamen. We krijgen hierover regelmatig bericht van jullie. Past het model Oakwood ook in dat beleid?
“Absoluut. Het hout wordt gewonnen in gecertificeerde bossen en we maken alleen gebruik van materialen die recycleblaar zijn. Het productieproces is zoveel mogelijk verduurzaamd. Daarbij mogen we graag aan de details denken. Zo maken we snijplanken van het hout dat uit de uitsparingen voor spoelbakken komt.”
Kvik heeft recentelijk ook een nieuwe kleur voor kasten in het assortiment opgenomen. De Bordo is nu ook verkrijgbaar in het ultramatte Bordo Blue. Deze bestaat voor 55 procent uit gerecycled materiaal en is voor 99 procent recyclebaar. Het oppervlak is gemaakt van gerecycled PET en heeft een kern van gerecycled hout.
Daarnaast zijn alle producten getest en hebben ze een Danish Indoor Climate-certificering gekregen. Dit betekent dat er een beter binnenklimaat ontstaat als je voor een Kvik-keuken kiest. Dit is een ander label dan bijvoorbeeld The Nordic Ecolabel, die meer de nadruk legt op de productie en afvoer van materialen.
“Absoluut. Alleen al het uitzoeken wat de meest milieuvriendelijke opties voor de complete reis van een keuken is echt een uitdaging. Maar ik vind het een interessant onderwerp, dus ik vind het niet erg om hier veel tijd aan te besteden. Het is een constant leerproces, omdat er zoveel ontwikkelingen gaande zijn.
Zo zag ik laatst in een Italiaanse fabriek een bak granuliet dat vrijwel blank was, terwijl gerecycled plastic uit Italië meestal grijs is. Nu bleek dat in Japan een wet geldt tegen de toepassing van gekleurd plastic voor flesjes en dergelijke. Dit zorgt voor een zuiverder plastic afval, wat makkelijker is om te recyclen. Met Japans granuliet kun je 90 procent gerecycled plastic gebruiken en hoef je dus maar 10 procent nieuw plastic toe te voegen. Van het Italiaanse granuliet kun je maar 40 procent gebruiken. Het is een kwestie van tijd voor we zulke wetten ook in Europa krijgen.”
De Bordo is op dit moment het meest milieuvriendelijke producten binnen het Kvik-assortiment. Dit brengt de fabrikant een stap dichter bij het doel om in 2025 volledig CO2 neutraal te zijn. Zijn er verder ontwikkelingen gaande?
“Absoluut, maar veel kan ik daar nog niet over zeggen. Momenteel hebben we twee nieuwe kleuren in het assortiment – Bordo Blue en Mano Arizona Beige – en volgend jaar een nieuw model. We zijn ondertussen bezig met de productontwikkeling en dat heeft nogal wat voeten in de aarde.
Zo willen we in de toekomst werken met een materiaal dat lijkt op hout, maar minder kwetsbaar is. Maar wij willen alléén met finishes werken die gemaakt zijn van gerecycled plastic en binnen dat aanbod is er geen finish die we mooi genoeg vinden. Dus we moeten die zelf ontwikkelen. Dat gaat minstens zeven tot acht maanden duren.”
“Het maakt het werk complexer. We kunnen bijvoorbeeld geen kastfronten van metaal of glas maken, want dan is de CO2 uitstoot per keuken vijf of zes keer meer dan bij de productie van een houten front.
Ook staan we voor een uitdaging als we op zoek zijn naar nieuwe kleuren. In de kwaliteit die wij zoeken is nog niet veel keuze.”
Kan de keukenindustrie compleet duurzaam zijn?
“Nee, dat is niet mogelijk, voor geen enkele type fabrikant. Het meest duurzame wat je kunt doen, is de keuken niet vervangen. Maar we kunnen wel veel milieuvriendelijker produceren, dan dat we vandaag doen. Dat vergt echter veel onderzoek en tijd.
Zo hebben we een bestekhouder van biobased materiaal gemaakt, maar we kregen hierover te veel klachten. Het materiaal was niet sterk genoeg. We zijn het vervolgens verder gaan ontwikkelen en testen. Inmiddels kunnen we een veel beter product op de markt brengen en binnenkort willen we kijken hoe hierop gereageerd wordt.
Kortom, het is een zoektocht. Het klinkt fantastisch om producten te maken van biobased materialen, maar voor zowel het plaatmateriaal als lijmsoorten geldt dat het vaak niet zo sterk is als het minder duurzame alternatief. Je zult dus een compromis moeten maken, terwijl wij als fabrikant een lange levensduur van een keuken ook erg belangrijk vinden.”
“Wij willen graag dat onze klanten hun keuken zo mooi en fijn vinden, dat ze er minstens twintig jaar gebruik van maken. Dat is pas echt milieuvriendelijk.”